Jumbo-franchiser George Verberne in Wageningen is met een ‘anti-verspillingsschap’ begonnen. Een schap vol met producten, gemaakt van groente etc., die anders weggegooid zouden worden en die gebruikt zijn voor het maken van nieuwe producten. Op naar Wageningen. Daar aangekomen valt het niet te missen: een grote banner en vlaggen boven de ingang met ‘Verspilling is verrukkelijk’ en ‘Stel je eens een wereld voor, waarin we nooit meer eten hoeven weg te gooien.

De producten zijn gemakkelijk te vinden: prominent gepresenteerd, direct na de agf-afdeling, op de kopstelling – de mooiste houdbare schapmeter van de winkel, denk ik – staat deze display, met erboven: ‘Verspilling is verrukkelijk – powered by Jumbo Verberne Wageningen’. Een houten kopstelling met zeven planken, met: de soepen van Kromkommer, ketchup van, jawel, The Ketchup Project, jam van Potverdorie!, granola van Yespers, ‘Bammetjesbier’ en Pieper-bier van Instock, ‘ginger-lemon icetea’ van Thystea, sappen en ciders van Betuwse Krenkelaar en pastasaus in blikken (met de naam ‘Ragu’) van leverancier Coco… ik tel al snel negen verschillende leveranciers.

We gooien in Nederland per jaar zo’n 41 kilo voedingsmiddelen per persoon weg, deels doet de consument thuis dat, deels verdwijntdit al voordat het
bij de consument aankomt. Kromme komkommers, ‘penen met twee benen’, tomaten die doorgedraaid worden, brood dat niet verkocht is. Het kabinet heeft zelfs voor de komende vier jaar € 7 miljoen vrijgemaakt (voor innovatie, onderzoek, voorlich­ting etc.) om voedselverspilling te bestrijden. Het beste is natuurlijk verspilling voorkomen, dat kan deels door de houdbaarheidsdatum van langhoudbare dkw als rijst en pasta af te halen, of om te katten naar ‘ten minste heerlijk tot .’, zoals ik op bier zie staan. Maar ook door ruimere wetten om overschotten aan voedselbanken te doneren. En door producten die anders wegge­gooid worden tot andere producten te verwerken, zoals deze hier, gemaakt van brood, zuivel, agf en vlees. Het Instock-bier is gebrouwen van brood of aardappelen, de jams, soepen en dranken bevat­ten veel ‘gered’ agf.

Er komt volgens mij wel heel wat bij kijken: aller­eerst producten verzamelen, in de praktijk bete­kent dit dat je dat bij bijvoorbeeld supermarkten of boeren ophaalt. Vervolgens al die producten tot lekkere (en houdbare) producten verwerken en dan nog een afzetkanaal vinden. Om lekkere producten te maken, heb je crea­tieve koks nodig, die goede recepturen maken. Persoonlijk vind ik de jamsmaken van Potverdo­rie! zeer geslaagd: de variant met kersen, krenten en kaneel is erg lekker en onderscheidt zich ook duidelijk van de reguliere smaakvarianten. Maar ook het bier, de soep en de ijsthee doorstaan de smaaktest bij ons thuis met glans. Daarnaast moeten de producten aan allerlei eisen voldoen, zoals HACCP, ean-codes en juiste infor­matie en declaraties op de verpakkingen. MVO Nederland blijkt daar een faciliterende rol in te hebben vervuld. Ondanks de barrières zijn al heel wat Nederland­se bedrijven en bedrijfjes bezig voedingsmiddelen te ‘redden’, meestal opgericht door ‘bevlogen’ ondernemers, die kleinschalig de grote wereld- voedselvraagstukken een beetje willen oplossen.

Ik kan me het zo voorstellen dat voor die negen leveranciers de logistiek en de productbeschikbaarheid een uitdaging zijn. Want hoe maak je tomatensoep of ketchup als er een tijd lang geen tomaten te redden zijn? Maar daarom wisselt bij de meeste van deze producenten het assortiment, afhankelijk van de aanvoer. Als ik vaste klant van Jumbo Verberne was, zou ik dat geen probleem vinden. Ik zou juist altijd kijken of er weer iets nieuws in dit meubel staat.  Het prijsniveau is wel een puntje van aandacht: € 7,50 voor appelsap was me toch te gortig. Maar de meeste producten zijn, hoewel iets duurder dan de reguliere producten, redelijk geprijsd. Dat geldt trouwens zéker voor de ‘kromkommers’ op de agf-afdeling. Die worden verkocht voor dezelfde prijs als de rechte komkommers, en zo hoort het ook. Benieuwd hoe consumenten daarop reageren. Of ze die net zo vaak kopen.

Iets zegt me ook dat Wageningen het goede marktgebied is: Wageningen barst van de stu­denten die in agrarische en voedselvraagstukken geïnteresseerd zijn, studerend aan de Wageningen Universiteit. Voor hen is Verberne’s initiatief een reden om naar zijn Jumbo te gaan. Verberne – vertelde hij mij – was twee jaar gele­den bij een ‘verspillingslunch’ van de Rabobank en werd daar ingevoerd in allerlei wereldwijde voedselvraagstukken. Bovendien begon hij met een Jumbo in een gebied dat ook ‘Food Valley’ heet. Hierdoor begon hij zich steeds meer te inte­resseren voor voedselvraagstukken en dit schap is daar een illustratie van. Hij laat ook Wageningen- studenten onderzoek doen naar de beweegrede­nen van zijn klanten. Hij vindt zijn pilot geslaagd als in de komende jaren meer winkels dit zullen navolgen, van welke formule dan ook.

Tot slot is dit voor Jumbo een mooie test. Eerdere testen van bijvoorbeeld de Verspillingsfabriek en Plus waren gestrand; de reden is niet naar buiten gebracht is. Daarnaast zien we natuurlijk initiatieven met agf, zoals de Buitenbeentjes bij Albert Heijn. Jumbo zelf doet het nog niet zo goed volgens de consument op het gebied van duurzaamheid: volgens de ranglijst van GfK van onlangs is Jumbo 11de van de 16, op de lijst van ‘duurzaamste supermarktformule van Nederland’. Opschalen – binnen meer Jumbo’s, bijvoorbeeld – kan nog best lastig zijn, maar zolang er nog veel komkommers, tomaten, aardappelen en broden te redden vallen, is het de moeite waard – het zou toch ook op in-outbasis kunnen? ■